CONFERENTIE 2021

Op donderdag 4 november 2021 vond de jaarlijkse OPeRA-conferentie plaats in het Allard Pierson museum met als thema “Ontwikkeling netwerk ‘Taal, Maatschappij en Cultuurpartners’: uitbreiding regionale samenwerking binnen deze domeinen”. Wat was het fijn om elkaar weer live te kunnen spreken! Bekijk hieronder de keynotes, verslagen van keynotes en workshops, presentaties en foto’s. 

Bekijk hier de opname van de opening en keynotes:

 

Lees hier de verslagen van de keynotes en twee werkgroepen:

Verslag Keynote Carla van Boxtel en Eline van Batenburg

Verslag Keynote 1: Professionalisering van leraren mens en maatschappijvakken en talen: de kracht van professionele leergemeenschappen
Door: Carla van Boxtel en Eline van Batenburg

Docenten moet veel kunnen: ze moeten onder meer vakinhoudelijk, vakdidactisch én pedagogisch bekwaam zijn. In deze keynote gingen Carla en Eline in op de vakdidactische bekwaamheid. Het is belangrijk dat de opleiding en professionalisering op het gebied van vakdidactiek zoveel mogelijk gebaseerd is op nieuwe kennis uit vakdidactisch onderzoek:

  • Doelen: wat wordt waarom onderwezen? Wat is bijvoorbeeld taalbewustzijn, historisch denken of wiskundig modelleren?
  • Leerlingen en diversiteit: hoe kun je het beste aansluiten bij de (voorkennis) van de leerlingen? Hoe gaan we bijvoorbeeld om met meertaligheid?
  • Onderwijsleeractiviteiten: wat zijn aanpakken die werken?
  • Docentprofessionaliteit: hoe kunnen docenten hun vakdidactische bekwaamheid verder ontwikkelen in hun loopbaan?

Vervolgens gaven Eline en Carla twee voorbeelden van nieuwe vakdidactische kennis:

Voorbeeld 1: Talen
In de taalles wordt 37% van de tijd besteed aan het uitleggen van grammaticaregels, maar uit onderzoek blijkt dat taal helemaal geen verzameling van regels is. Er is geen toepassingsgarantie: als je veel aandacht aan de regels besteedt, wil dat niet zeggen dat leerlingen het ook gaan toepassen. Dat roept hele nieuwe didactische vragen op: hoe maak je leerlingen dan wel bewust van de patronen, en leer je ze die impliciet gebruiken? Dit doe je bijvoorbeeld door taakgericht taalonderwijs in plaats van grammatica-gericht taalonderwijs.

Voorbeeld 2: Geschiedenis
In de examenprogramma’s voor geschiedenis staat dat leerlingen inzicht moeten krijgen in het interpretatieve karakter van geschiedenis: geschiedenis is niet wat er gebeurd is, maar een op historisch onderzoek gebaseerde interpretatie. In de geschiedenisles krijgen leerlingen bronnen uit het verleden en moeten beoordelen of die bron betrouwbare of representatieve informatie geeft. Maar om dit inzicht te ontwikkelen en te kunnen benutten in de hedendaagse samenleving, is er meer aandacht voor het werken met secundaire en hedendaagse bronnen nodig. In recente studies zijn hiervoor aanpakken ontwikkeld, bijvoorbeeld door leerlingen teksten uit verschillende schoolboeken over hetzelfde onderwerp te laten vergelijken.

Ondanks alle nieuwe vakdidactische kennis, wordt er nog veel onderwijs gegeven op basis van ‘oude inzichten’. Dit heeft een aantal redenen:

  • Access: Het duurt lang voordat wetenschappelijke kennis voor publiek beschikbaar is, en bruikbaar is voor docenten: want hoe ga je de uitkomsten dan vervolgens didactiseren?
  • Readiness: Wanneer heb je voldoende mentale ruimte beschikbaar om weer eens van een afstandje te kijken naar de effectiviteit van je lessen?
  • Resistance: weten is niet hetzelfde als willen of kunnen. Door het onderwijs dat je zelf jarenlang hebt gehad, heb je bijvoorbeeld een bepaald beeld van het vak dat lastig te doorbreken blijkt.
  • Resources: Het duurt lang voordat nieuwe inzichten in de lesboeken terecht komen.

Er is dus actie nodig, maar gelukkig zijn er ook al allerlei vormen van vakdidactische professionalisering van docenten: tijdens de opleiding, in de inductiefase en tijdens de loopbaan. Hier zal het nieuwe netwerk Taal, Maatschappij en Cultuurpartners (TMC-partners) ook een rol bij gaan spelen.

Verslag Keynote Maaike Koffeman

Verslag Keynote 2: Waarom jongeren geen talenstudies kiezen (maar ze dat wel zouden moeten overwegen)
Door: Maaike Koffeman

Maaike start haar keynote met het voorbeeld van Sofie: zij studeert taal- en letterkunde, terwijl haar ouders denken dat ze biomedische wetenschappen studeert. Haar ouders vonden het namelijk niet goed dat ze de talenkant op ging. Daarom gaat ze haar ouders er pas mee confronteren als ze haar diploma heeft.

Dit is dan wel een extreem voorbeeld, maar het illustreert wel goed het feit dat leerlingen tegen de stroom in gaan als ze voor een talenstudie kiezen. De instroomcijfers voor talenstudies lopen dusdanig terug dat er al een aantal opleidingen gesloten zijn. Daardoor is er een groeiend tekort aan (academisch gevormde) talendocenten in het voortgezet onderwijs.

Maar waarom overwegen leerlingen dan geen talenstudie, zelfs niet als ze talen juist heel leuk vinden?

  • Het C&M-profiel wordt heel weinig gekozen, omdat een N-profiel meer opties open laat en C&M gezien wordt als een pretpakket.
  • Er is gebrekkige kennis over de opleidingen en baankansen. Door het ‘C&M-pretpakket’ worden talenstudies ook gezien als ‘pretstudies’ die je alleen voor de lol kiest, en niet vanwege het goede baanperspectief.
  • In het voortgezet onderwijs zijn de lessen Nederlands en moderne vreemde talen teveel gericht op trucjes en grammatica, en te weinig op uitdagende kennisinhoud waarmee leerlingen goed kennismaken met het vakgebied.

Daarentegen zijn de studenten die wél voor een talenstudie hebben gekozen juist heel enthousiast. Uit een enquête onder 900 studenten en 700 afstudeerders blijkt dat de studenten positief over hun opleidingen zijn en dat de overgrote meerderheid redelijk snel een baan vindt, in diverse sectoren. Een talenstudie leidt namelijk niet op tot een bepaald beroep, maar studenten verwerven competenties waarmee ze veel verschillende baanperspectieven hebben, ook buiten het onderwijs.

Dit wordt in beeld gebracht in de studiekeuzecampagne talenstudievoorjou.nl, met als boodschap: een talenstudie is uitdagend en biedt veel meer mogelijkheden dan je denkt. Hier worden bijvoorbeeld afgestudeerden in beeld gebracht in korte videoreportages waarin ze vertellen waarom ze de studie zijn gaan doen, wat de studie inhield, wat ze nu voor werk doen en of ze blij zijn met hun keuze (zouden ze dit opnieuw zo gedaan hebben?).

Daarnaast is het van belang om zowel de universitaire opleidingen als het taalonderwijs in het vo te vernieuwen en verrijken, en de aansluiting tussen het vo en wo te verbeteren. Hier kan het nieuwe netwerk Taal, Maatschappij en Cultuurpartners (TMC-partners) een mooie rol in spelen.

Verslag Workshop Lidewij van Gils en Loes Mulders

Verslag Workshop: De rol van gepromoveerde leraren in het vo
Door: Lidewij van Gils en Loes Mulders

Hoe kunnen gepromoveerde docenten een extra rol van betekenis spelen in hun school? Lidewij en Loes starten de workshop met een filmpje waarin Maartje, een promoverende vo-docent, vertelt over de rol die ze als onderzoeker binnen haar school kan vervullen. Vervolgens nemen Loes en Lidewij de deelnemers mee in een enquête die 33 gepromoveerde vo-docenten hebben ingevuld.

De enquête is ingevuld door docenten uit vrijwel alle schoolvakken, maar een meerderheid gaf klassieke talen. De meeste docenten hebben een vakinhoudelijk onderzoek gedaan. Van de 33 respondenten is ongeveer de helft pas na hun promotietraject les gaan geven.

Heeft de school de respondent geholpen tijdens het promotietraject?
Op deze vraag antwoordde een kleine meerderheid dat zij niet door hun school geholpen zijn, maar een groot deel van de respondenten is natuurlijk pas na hun promotie les gaan geven… Verschillende docenten geven aan dat facilitering belangrijk is, bijvoorbeeld om een congres te kunnen bezoeken. Een quote ter illustratie: “Vooral voor docenten die lesgeven én tegelijk promoveren: denk aan facilitering, aan gebruik maken van de expertise die er vervolgens is of komt en maak daar gebruik van.”

Hoe verandert/verbetert het eigen functioneren van de docent?
In eigen schoolvakgebied: voor het eigen functioneren heeft het promotietraject veel uitgemaakt. Wat de respondenten vaak aangeven is dat ze een bredere kennis van hun schoolvak / vakgebied hebben gekregen. En je wordt natuurlijk getraind in het doen van onderzoek, wat je ook weer kunt meenemen in je lespraktijk. Een respondent vindt het “een voorbeeldfunctie voor de leerlingen om te blijven leren en daarin de diepte te zoeken.”

Vakoverstijgend/onderwijskundig: respondenten geven aan dat hun organisatorische en onderzoeksvaardigheden zijn verbeterd door het promotietraject. Ook kunnen ze beter aangeven hoe wetenschap werkt. Een deelnemer aan de workshop geeft aan dat veel van deze vaardigheden tegenwoordig ook al in de lerarenopleiding aan bod komen. Maar deze breng je dan toch naar een hoger niveau door een promotietraject.

In de school / organisatorisch / beleid: de respondenten geven aan dat ook binnen de school hun functioneren verbeterd is, bijvoorbeeld doordat ze een netwerk en meer zelfvertrouwen hebben opgebouwd. Een respondent geeft aan: “Een mate van helicopterview, procesmatig denken, het vertrouwen dat ik complexe zaken overzie.”

Hoe kan de gepromoveerde docent van nut zijn voor de school?
De boodschap van de respondenten hierin is: Nodig ons uit aan tafel, laat de school er ook van profiteren en niet alleen de individuele docent! Bijvoorbeeld door gepromoveerde docenten “meer te betrekken bij informatievoorziening over het WO, maar ook in onderwijskundige processen of veranderingen daarin.”

Discussie
Tijdens de discussie bleek dat op diverse scholen (van de deelnemers) er helemaal geen gepromoveerde docenten zijn, terwijl sommige scholen zo’n promotieonderzoek juist aangrijpen om iets binnen de school uit te zoeken of uit te werken. Het zou in ieder geval goed zijn als scholen (teamleiders en docenten) meer bekend zijn met de onderzoeksbeurzen voor leraren. Tot slot nog een tip van een deelnemer: er zijn nu alleen docenten bevraagd, bevraag in een vervolgonderzoek ook vooral de schoolleiders en teamleiders over de rol van gepromoveerde leraren in het vo.

Verslag Workshop Marjolijn Feddema en Bart Groeneveld

Verslag Workshop: Interdisciplinair werken doe je samen
Door: Marjolijn Feddema en Bart Groeneveld

Tijdens deze workshop gaven Marjolijn en Bart voorbeelden van interdisciplinair werken op school. Marjolijn is docent Nederlands op vo-school ALASCA (Amsterdam Liberal Arts and Sciences Academie). Op ALASCA zijn alle vakken interdisciplinair opgezet in de onderbouw, en de helft van de vakken in de bovenbouw. Je staat met twee vakdocenten (van verschillende vakken) voor een klas van 56 leerlingen, en een les duurt meerdere lesuren.

Omdat lesmethodes vaak vakspecifiek zijn, ontwikkelen de docenten op ALASCA hun eigen materialen, op basis van de eindtermen van het centraal- en schoolexamen. Docenten worden uitgeroosterd om met andere docenten af te stemmen en samen ontwikkelwerk te doen. Naast de interdisciplinaire modules hebben ze op ALASCA ook nog vaklessen, om de eindtermen af te dichten. Een paar voorbeelden van interdisciplinaire modules:

  • Module ‘Vroegmoderne Geschiedenis en Literatuur’ voor 4 havo en vwo. In deze module lezen de leerlingen stukken uit het toneelstuk ‘de Spaanse Brabander’ uit 1617: dit moeten ze zowel interpreteren vanuit de literatuur als vanuit geschiedenis (wat speelde er breder vanuit de samenleving?). Hier schrijven ze vervolgens een artikel over, waarin beide kanten moeten terugkomen. Zo werken ze tevens aan hun schrijfvaardigheid.
  • Module ‘Schat je risico’ voor 4 havo en vwo. In deze module werken Scheikunde en Nederlands samen. De leerlingen zijn bezig met alcohol en drugs, wat ze erg aanspreekt, maar het is lastig om hierbij een gemeenschappelijke opdracht te kunnen maken. Daarom moeten de leerlingen bij deze module voor Nederlands een column schrijven over drank/drugs, en bijvoorbeeld een metafoor gebruiken om het onderwerp uit te kunnen leggen. Voor Scheikunde krijgen ze een toets scheikundig rekenen.

Bart gaf een paar voorbeelden van interdisciplinair werken op andere scholen:

  • Op een vo-school werkte de hele havo/vwo jaarlaag aan een opdracht van Rijkswaterstaat: een ecoduct bouwen, waarbij de leerlingen vanuit verschillende vakken ernaar moesten kijken: biologie, aardrijkskunde, CKV, Nask en geschiedenis. Dit zorgde voor een enorme buzz in de school: Rijkswaterstaat kreeg nieuwe inzichten (zo kun je er ook naar kijken!) en vooral de Havisten vonden dit machtig interessant (daar heb ik dat vak voor!). In de samenwerking tussen de verschillende secties was het soms wel lastig wie waarvoor verantwoordelijk was.
  • In groep 3 op een basisschool combineerden ze informatica-, biologie- en schrijfonderwijs. Ze moesten een eigen plant ontwerpen, en uitleggen waarom de plant er zo uitziet. Ook moesten ze nadenken over de bestuiving van de ontworpen planten. Dit project werd door één leerkracht gedragen, dus er was geen afstemming met collega’s nodig.

Bekijk hier de foto’s.

Bekijk hieronder het programma en de bijbehorende presentaties:

12:30-13:00 Ontvangst en registratie
13:00-13:10 Opening en presentatie Taal, Maatschappij en Cultuurpartners (Frank Zuijdam) (bekijk hier de presentatie van de opening van de conferentie)
13:10-14:00 Keynotes

Keynote 1: Professionalisering van leraren mens en maatschappijvakken en talen: de kracht van professionele leergemeenschappen

Keynote 1: Professionalisering van leraren mens en maatschappijvakken en talen: de kracht van professionele leergemeenschappen
Door: Carla van Boxtel en Eline van Batenburg

In deze keynote bekijken wij hoe de ontwikkeling van de vakdidactische bekwaamheid van docenten verloopt in verschillende fases van hun loopbaan, welke belemmerende en bevorderende factoren hierbij een rol spelen, welke ondersteuning voor docenten voorhanden is en welke uitdagingen dit biedt aan de verscheidene partners die betrokken zijn bij het duurzaam professionaliseren van docenten. We illustreren dit met voorbeelden uit de maatschappijvakken en de talen.

Prof. dr. Carla van Boxtel is hoogleraar vakdidactiek geschiedenisonderwijs, Interfacultaire Lerarenopleiding / Research Institute of Child Development and Education, Universiteit van Amsterdam.

Eline van Batenburg werkt als docentenopleider Moderne Vreemde Talen op de Hogeschool van Amsterdam. Vanuit het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding (HvA) doet zij onderzoek naar taaldidactiek. Samen met Marrit van de Guchte maakt zij de podcast Taal, gewoon doen! (www.taalgewoondoen.nl)

Bekijk hier de presentatie van deze keynote.

Keynote 2: Waarom jongeren geen talenstudies kiezen (maar ze dat wel zouden moeten overwegen)

Keynote 2: Waarom jongeren geen talenstudies kiezen (maar ze dat wel zouden moeten overwegen)

Door: Maaike Koffeman

Nederlanders staan internationaal bekend om hun brede talenkennis. In ons voortgezet onderwijs leren de meeste jongeren minimaal twee moderne vreemde talen. Buiten de algemene voordelen die dat oplevert in het hoger onderwijs en op de arbeidsmarkt, zou het talenonderwijs idealiter een deel van die jongeren moeten enthousiasmeren voor een vervolgopleiding in het taal- en cultuurdomein. We zien echter dat dit steeds minder het geval is: instroomcijfers in de talenstudies lopen terug, waardoor er veel te weinig talendocenten en andere taal- en cultuurprofessionals worden opgeleid om aan de maatschappelijke vraag te voldoen. Maaike Koffeman verklaart dit aan de hand van de mechanismen die spelen rond profiel- en studiekeuze en reikt een aantal oplossingsrichtingen aan.

Maaike Koffeman is universitair docent Franse letterkunde en algemene cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. Zij is daarnaast sinds 2018 actief als beleidsmedewerker bij het Nationaal Platform voor de Talen.

Bekijk hier de presentatie van deze keynote.

14:00-14:15 Pauze
14:15-15:05 Workshopronde I (keuze uit 4 workshops)

Workshop: Verdieping in Professionalisering van leraren mens en maatschappijvakken en talen: de kracht van professionele leergemeenschappen

Workshop: Verdieping in Professionalisering van leraren mens en maatschappijvakken en talen: de kracht van professionele leergemeenschappen
Door: Carla Boxtel en Eline van Batenburg

De bijbehorende workshop heeft een sensibiliserend karakter. Met behulp van verschillende werkvormen inventariseren we met deelnemers vakdidactische ontwikkelpunten, creëren zij hun eigen vergezicht en gaan we in gesprek over mogelijk te bewandelen paden om dit vergezicht dichterbij te brengen.

Prof. dr. Carla van Boxtel is hoogleraar vakdidactiek geschiedenisonderwijs, Interfacultaire Lerarenopleiding / Research Institute of Child Development and Education, Universiteit van Amsterdam.

Eline van Batenburg werkt als docentenopleider Moderne Vreemde Talen op de Hogeschool van Amsterdam. Vanuit het Kenniscentrum Onderwijs en Opvoeding (HvA) doet zij onderzoek naar taaldidactiek. Samen met Marrit van de Guchte maakt zij de podcast Taal, gewoon doen! (www.taalgewoondoen.nl)

Workshop: Doorontwikkeling TMC-partners

Workshop: Doorontwikkeling TMC-partners

Door: Jeroen Goedkoop

In deze workshop gaan we verder met de ontwikkeling van het nieuwe netwerk TMC-partners. We zullen een update geven van de ontwikkelingen (Nederlands, Economie en Aardrijkskunde zijn in ontwikkeling, de andere vakken moeten volgen). Ook zullen we u een schets voorleggen van het ontwikkeltraject voor de komende jaren, en u vragen daar uw mening bij te geven. Maar we gaan ook verder met u in gesprek over de issues.

Voor de vwo docent gaat het erom om met zoveel mogelijk kennis en inspiratie en daardoor motivatie en plezier het eigen vak te kunnen geven, maar ook om daarbij met andere vakken samen te kunnen werken om de leerling beter voor te bereiden op de vaak zeer brede ho-opleidingen. Voor hen en hun scholen is de vraag hoe het netwerk daarop in kan spelen. De hoop van de ho-opleidingen is dat het netwerk kan bijdragen aan het verminderen van de nog steeds vaak hoge uitval.

Meestal is de precieze voorkennis van de leerling niet de doorslaggevende factor, maar gaat het vooral om de studievaardigheid van de student en het vermogen om kennis te integreren in de meestal zeer brede maatschappijgerichte ho-opleidingen. Deze polariteit dient ons mede te informeren over de richting waarin we het netwerk verder gaan inrichten. Zoals altijd in onderwijs: genoeg stof voor discussie, maar ook heel veel mogelijkheid om elkaar te inspireren! Daarnaast krijgt u praktische manieren aangeboden over hoe het netwerk in uw onderwijs een rol kan spelen.

Jeroen Goedkoop is de nieuwe kwartiermaker van Taal, Maatschappij en Cultuurpartners. Tevens is hij FNWI-projectleider op het terrein van aansluiting voortgezet onderwijs – FNWI/UvA/hoger onderwijs. Hij houdt zich onder andere bezig met projecten op het gebied van inclusiviteit en kansengelijkheid en de inzet van studenten daarbij. Ook denkt hij met de Amsterdamse lerarenopleidingen mee over vernieuwingen bij de eerstegraads bètalerarenopleidingen.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop.

Workshop: Het DUDOC-ALFA programma en de docent-onderzoeker in de Moderne Vreemde Talen

Workshop: Het DUDOC-ALFA programma en de docent-onderzoeker in de Moderne Vreemde Talen

Door: Bert Le Bruyn en Leslie Piggott

Het DUDOC-ALFA programma biedt sinds 2014 eerstegraads bevoegde docenten de mogelijkheid om, naast hun baan in het onderwijs, vier jaar lang een promotieonderzoek uit te voeren op het terrein van de vakdidactiek van de geesteswetenschappen. In deze workshop kijken we terug op de promotietrajecten van de eerste generatie docent-onderzoekers binnen het DUDOC-ALFA programma en met name binnen de Moderne Vreemde Talen. We doen dit vanuit het perspectief van de verworven inzichten, maar ook vanuit het perspectief van de docent-onderzoekers en wat het DUDOC-ALFA programma betekend heeft voor hun onderwijs en school.

Bert Le Bruyn is verbonden aan de Universiteit Utrecht en is lid van het Meesterschapsteam Moderne Vreemde Talen (MVT).

Leslie Piggott is verbonden aan de NHL Stenden en behoort tot de eerste generatie docent-onderzoekers die via het DUDOC-ALFA programma gepromoveerd zijn.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop

Workshop: De rol van gepromoveerde leraren in het vo

Workshop: De rol van gepromoveerde leraren in het vo

Door: Lidewij van Gils en Loes Mulders

Dankzij lerarenbeurzen wordt het aandeel gepromoveerde docenten in het vo steeds groter. De promotietrajecten zelf worden ook van harte door schoolleiders ondersteund. Tijdens en na hun promotie zijn deze docenten bij uitstek geschikt om een rol te spelen in de vo-wo-aansluiting, maar ook op andere terreinen in de school kunnen en willen ze graag hun expertise inzetten, zo blijkt uit een rondvraag onder deze groep. Het thema dat we willen behandelen in deze workshop is of en hoe dat momenteel gebeurt en waar mogelijkheden liggen om hun inbreng nog te vergroten. In de workshop wisselen we ervaringen uit, maar luisteren we ook naar gepromoveerde docenten zelf die aangeven wat ze momenteel doen, waar ze kansen zien binnen de school en in vo-wo-netwerken en hoe schoolleiders daarbij een rol zouden kunnen spelen.

Loes Mulders is Programmamanager van het Pre-University College bij de VU. Dit netwerk is onder andere gericht op samenwerking tussen scholen en de universiteit: leerlingen kennis laten maken met verschillende inhouden en studeren, docenten kennis laten delen op het gebied van aansluiting vo-wo. Loes heeft daarnaast ook ervaring als projectleider introductiedagen, lerarenopleider en vakdidacticus (godsdienst en levensbeschouwing) bij de masteropleiding voor eerstegraads leraren.

Lidewij van Gils is Universitair Docent Latijn, werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam bij de afdeling ACASA: Amsterdam Centre for Ancient Studies and Archaeology. Tevens is ze in het landelijke programma Meesterschap trekker van de afdeling Klassieke Talen en initieert en ondersteunt zij onderzoeks- en outreachactiviteiten op het gebied van vakdidactiek en onderwijsorganisatie. Na haar studie Klassieken aan de Vrije Universiteit promoveerde ze in 2009 aan dezelfde universiteit op een proefschrift over de ‘narrationes’ in Cicero’s forensische toespraken. Als expert in linguïstische benaderingen van klassieke talen is ze betrokken bij het bekroonde onderzoeksprogramma Anchoring Innovation. In 2017 werd ze verkozen tot Docent van het Jaar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, waar ze van 2010 tot 2020 universitair docent was.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop en bijbehorend filmpje van een interview met een VO-docent.

15:05-15:10 Wissel
15:10-16:00 Workshopronde II (keuze uit 4 workshops)

Workshop: Hoe kunnen we leerlingen enthousiasmeren voor taal en cultuur?

Workshop: Hoe kunnen we leerlingen enthousiasmeren voor taal en cultuur?

Door: Maaike Koffeman

Studiekiezers hebben vaak een eenzijdig beeld van taal- en cultuuropleidingen en zijn slecht bekend met de arbeidsmarktperspectieven van afgestudeerden in dat domein. Het Nationaal Platform voor de Talen heeft in opdracht van de universiteiten een aantal tools ontwikkeld om de beeldvorming rond talenstudies te verbeteren en de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs te verbeteren. Tijdens deze workshop presenteert Maaike Koffeman een aantal concrete instrumenten om jongeren te enthousiasmeren voor taal en cultuur en gaat zij met u in gesprek over de rol die verschillende spelers binnen de schoolorganisatie daarin kunnen spelen.

Maaike Koffeman is universitair docent Franse letterkunde en algemene cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit. Zij is daarnaast sinds 2018 actief als beleidsmedewerker bij het Nationaal Platform voor de Talen.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop.

Workshop: Interdisciplinair werken doe je samen

Workshop: Interdisciplinair werken doe je samen

Door: Marjolijn Feddema en Bart Groeneveld

Deze workshop is bedoeld voor iedereen die interdisciplinair werken op school wil introduceren of verder wil uitbouwen. Marjolijn Feddema werkt als vo-docent Nederlands op de middelbare school ALASCA. Deze school is interdisciplinair opgezet, waardoor zij allerlei praktijkvoorbeelden kan geven. Je begrijpt dan beter waar docenten kansen kunnen benutten en waar zij tegenaan lopen bij interdisciplinair werken. Aangezien er in het ho vaak interdisciplinair gewerkt wordt, is het van belang dat leerlingen deze manier van werken al ervaren hebben op de middelbare school. Dat bevordert immers de aansluiting tussen vo en ho.

Naast voorbeelden en praktijkervaring ga je ook zelf aan de slag met interdisciplinair werken op jouw school of onderwijsinstelling. Je ontwikkelt een plan om interdisciplinair werken op jouw school te introduceren of verder uit te bouwen als er al tussen secties of vakken wordt samengewerkt. Je stelt heldere doelen op en zet concrete stappen om deze doelen te bereiken. Je krijgt hulpmiddelen om de verschillende invalshoeken, groepen mensen, kansen en bedreigingen uit te beelden, waardoor je de organisatie van je ideeën goed voor je ziet.

Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling om van de ervaringen van andere schoolleiders te leren. Je pitcht je plan aan de groep met als doel om elkaar weer op ideeën te brengen en gegevens te kunnen uitwisselen om later nog eens met die schoolleider in contact te komen die succesvol een interdisciplinair project op haar school heeft laten organiseren. We houden nadrukkelijk rekening met ieders ervaring met interdisciplinair werken.

Marjolijn Feddema is eerstegraads vo-docent Nederlands op middelbare school ALASCA, een middelbare school die interdisciplinair is opgezet. Zij heeft ook ervaring in het ho als coördinator van de aansluiting tussen vo en ho voor het schoolvak Nederlands. Marjolijn krijgt energie van het begeleiden van leerlingen bij het verwerven van complexe taalvaardigheden, zodat ze hun gedachten en gevoelens zo goed mogelijk kunnen uiten. Ze vindt het geweldig als het lukt om haar enthousiasme voor taal en literatuur over te brengen op de leerlingen. Ze is gepassioneerd over vakdidactiek en ontwikkelt haar lessen continue door. Daarom is ze ook commissielid voor de Werkgroep Onderzoek en Didactiek Nederlands (WODN).

Bart Groeneveld is projectleider bij Bètapartners, een vo-ho netwerk gericht op docentenprofessionalisering en curriculumontwikkeling, waarin het hoger onderwijs, voortgezet onderwijs, bedrijven en maatschappelijke instellingen samenwerken aan actueel en inspirerend bètaonderwijs in de regio Amsterdam e.o. Bètapartners verbindt het voortgezet en hoger onderwijs. Bart heeft ervaring met interdisciplinair werken, met name op het vlak van STEAM (science, technology, engineering, arts and math).

Bekijk hier de presentatie van deze workshop.

Workshop: Vakinhoudelijk netwerken als docentprofessionalisering: Nederlands in Utrecht als voorbeeld

Workshop: Vakinhoudelijk netwerken als docentprofessionalisering: Nederlands in Utrecht als voorbeeld

Door: Erwin Mantingh

Is er een acute noodzaak voor docentprofessionalisering bij de talen, Nederlands in het bijzonder? Ja, de toestand in sombere tinten en grove lijnen geschilderd: veel leerlingen vinden het vak saai en makkelijk, docenten vinden het vak zwaar en er is een lerarentekort; tegelijk is er sprake van een zorgwekkende maatschappelijke ontwikkeling als ontlezing, lopen de studentenaantallen bij de studie Nederlands terug, zijn het schoolvak en de wetenschap uit elkaar gegroeid, is er wel beproefde nieuwe didactiek maar bereikt die de schoolbanken mondjesmaat… En er is ook alle aanleiding voor docentprofessionalisering: de roep om het schoolvak inhoudelijk te verrijken en de aanstaande bijstelling van het curriculum en de examens.

Geen reden om bij de pakken neer te zitten, integendeel. Naast andere initiatieven is er in Utrecht een vakdidactisch docentennetwerk voor docenten Nederlands opgericht waarin oud-studenten en stagebegeleiders van de UU en HU goede praktijken en nieuwe inzichten uitwisselen aansluitend bij recent en lopend onderzoek. De eerste ervaringen zijn heel positief. Zelfs in een online setting bleek het mogelijk docenten elkaar te laten voeden en enthousiasmeren. In de workshop bespreken we mogelijke succesfactoren en gaan we in op de vraag op welke manier scholen kunnen bijdragen aan docentprofessionalisering in de vorm van netwerkvorming.

Erwin Mantingh is lerarenopleider en vakdidacticus Nederlands aan de Universiteit Utrecht. Hij werkte daarvoor als onderzoeker-docent aan de universiteit en als leraar in het vo. Hij is lid van het Meesterschapsteam Nederlands. Hij begeleidt een docentontwikkelteam en is initiator van het Vakdidactisch Netwerk Nederlands Utrecht.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop.

Workshop: Leraar, een kleurrijk beroep: het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling in samenhang met schoolontwikkeling?

Workshop: Leraar, een kleurrijk beroep: het stimuleren van persoonlijke ontwikkeling in samenhang met schoolontwikkeling?

Door: Hester van de Kuilen

Het project ‘Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep’ is één van de projecten binnen de Taskforce Lerarentekort Amsterdam. Het project richt zich op professionalisering van ervaren leraren in relatie tot schoolontwikkeling (s-HRM). In deze workshop wordt met behulp van voorbeelden en portretten van leraren toegelicht hoe de professionaliseringstrajecten bijdragen aan schoolontwikkeling en wat de eerste resultaten ervan zijn. Maar ook welke uitdagingen er nog zijn om persoonlijke ontwikkeling van leraren strategisch te verbinden met school- en onderwijsontwikkelingen. Samen met de deelnemers aan deze workshop wordt verkend wat er aan deze uitdagingen ten grondslag ligt en vooral ook wat men, vanuit verschillende rollen (rector, teamleider, leraar), hieraan kan doen.

Hester van de Kuilen, van oorsprong vo-docent geschiedenis en CKV, is projectmanager ‘Leraar in Amsterdam, een kleurrijk beroep’. In deze rol houdt zij zich onder andere bezig met docentprofessionalisering in relatie tot school- en onderwijsontwikkeling. Dit doet ze niet alleen in Amsterdam, maar ook in een aantal internationale projecten (Indonesië, Jordanië). Daarnaast is zij projectleider Terugdringen Tekorten Techniekdocenten en is zij als onderwijsadviseur verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam.

Bekijk hier de presentatie van deze workshop

16:00-16:05 Terug naar plenaire zaal
16:05-16:10 Plenaire afsluiting (Frank Zuijdam)
16:10-16:50 Borrel