Door wie en voor wie?

De samenwerking tussen vo en ho in Noord-Holland en Flevoland kent een ruime traditie en verschillende vormen. In 2016 hebben de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam, mede op het verzoek van een aantal vo scholen, het initiatief genomen om de wenselijkheid en mogelijkheid te onderzoeken van het onderbrengen van al die vormen onder één overkoepelend netwerk: OPeRA: Onderwijspartners Regio Amsterdam en omstreken. Op basis van een groot aantal gesprekken met schoolleiders, vertegenwoordigers van beide universiteiten en ook de Hogeschool van Amsterdam, Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en Inholland werd duidelijk dat en inderdaad behoefte is aan één netwerk met als eigenschappen:

  • één loket zodat kennis en contacten makkelijker toegankelijk zijn;
  • eigenaarschap zowel bij vo als ho;
  • niet zozeer ‘minder aanbod’ maar ‘minder versnipperd aanbod’, dus activiteiten goed op elkaar afstemmen en in één kalender;
  • naast bèta (exact) ook alfa en gamma (talen, mens en maatschappij), ruimte voor multidisciplinaire thema’s en aandacht voor doorlopende leerlijnen.

Dit resulteerde in de oprichting van het OPeRA netwerk op 17 oktober 2017. OPeRA is een netwerk waarin vertegenwoordigers van vo en ho elkaar treffen. Doel is niet alleen met elkaar vast te stellen welke thema’s zowel in vo als in het ho spelen, maar ook samen na te denken over een betere aanpak van die thema’s. Dat gebeurt op de OPeRA netwerkbijeenkomsten en de jaarlijkse OPeRA conferentie. En ook middels ad-hoc werkgroepen waarin vertegenwoordigers van het vo en ho samen een advies op stellen voor de aanpak van een specifiek thema. Tot slot coördineert OPeRA het overleg tussen de diverse aanbieders van activiteiten, zoals de ho instellingen en ook de netwerken Pre-University College en Bètapartners om activiteiten op elkaar af te stemmen en in één kalender op te nemen.

Met deze activiteiten wil het OPeRA netwerk bijdragen aan het realiseren van haar missie: Een bijdrage leveren aan:

  • het vergroten van het studiesucces van leerlingen en studenten;
  • het verbeteren van de aansluiting tussen vo en ho;
  • het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs zelf.