Op weg naar een leerlijn vaardigheden

De OPeRA-methode

 

Om succesvol te kunnen studeren en in de maatschappij te kunnen functioneren is het belangrijk dat leerlingen/studenten over bepaalde, vakoverstijgende competenties beschikken. Denk aan generieke vaardigheden zoals studievaardigheden, samenwerken, problemen oplossen, kritisch denken, reflecteren, etc. Zulke vaardigheden vergen tijd om tot wasdom te komen, dus daar moet je op het voortgezet onderwijs al mee beginnen. Wat daarbij helpt is een systematische en brede aanpak door de leerjaren heen: noem het een doorgaande leerlijn. Het ontwikkelen en zichtbaar maken van zo’n leerlijn, is een belangrijke taak binnen het voortgezet onderwijs.

Het is ook een uitdaging. Een dergelijke leerlijn vraagt namelijk om maatwerk. Het kopen van een (vaak dure) bestaande methode voor vaardigheden zal dan ook zelden het gewenste resultaat opleveren. Alleen een methode die echt bij de eigen organisatie past en daarvoor gemaakt is, heeft uiteindelijk kans van slagen.

OPeRA wil voortgezet onderwijs scholen helpen om een eigen vaardighedenprogramma te ontwikkelen en dat succesvol en bestendig te implementeren. Daarbij is gekozen voor drie heldere uitgangspunten:

  • Gebruik wat er al in school gebeurt;
  • Doe het samen;
  • Integreer de vaardigheden in de vaklessen.

Op basis van deze uitgangspunten is een 10 stappenplan opgesteld, dat hieronder wordt toegelicht.

Fase 1: Bewustwording

In de eerste fase van het leerlijnontwikkelingsproces is belangrijk om zoveel mogelijk mensen binnen je organisatie bewust te maken van het doel: het creëren van een effectieve leerlijn vaardigheden. Zo’n leerlijn helpt immers bij het creëren van gelijke kansen voor alle leerlingen, een verbetering van de examenresultaten en een soepelere doorstroom in het HO. Er zijn vast ook wel voor iedereen herkenbare situaties, die je samen kunt uitwisselen, zoals leerlingen die niet altijd toepassen wat ze elders hebben geleerd. Dit bewustmakingsproces vormt de basis voor een succesvolle implementatie later.

Er zijn verschillende soorten belanghebbenden in een onderwijsorganisatie, als het om vaardigheden gaat. Denk bijvoorbeeld aan docenten, leidinggevenden, onderwijsondersteuners, leerlingen en ouders. In deze fase is het nog te vroeg om oplossingen aan te dragen. Het doel is om samen te onderzoeken. Niet alleen omdat je meer mensen meekrijgt tijdens de uitvoering, maar vooral omdat het eindresultaat daar beter van wordt.

Kortom, bewustmaking, communicatie en samenwerking vormen de bouwstenen voor een succesvolle leerlijn voor generieke vaardigheden die daadwerkelijk wordt toegepast in de praktijk

Video

.

Links

Fase 2: Commitment vragen van medewerkers

In de tweede fase van het proces verschuiven we van louter bewustwording naar daadwerkelijke betrokkenheid en commitment. Het is één ding om te begrijpen dat iets belangrijk is, maar het is een tweede stap om er ook daadwerkelijk naar te handelen. Leidinggevenden spelen hier een cruciale rol. Zij kunnen immers expliciet tijd vrijmaken voor dit project en prioriteiten stellen, zodat medewerkers eraan kunnen werken.

Intussen blijven jullie de grotere gemeenschap natuurlijk informeren. Denk aan specifieke activiteiten zoals een avond voor docenten, nieuwsbriefberichten en beleidsstukken voor de schoolleiding. Dit is evenwel ook het moment om een kleinere groep medewerkers, ouders en leerlingen actiever te gaan betrekken. Deze groep kan plannen dan verder uitrollen en andere teamleden enthousiasmeren om mee te doen.

Video

.

Links

Fase 3: Overeenstemming

In de derde fase kunnen jullie samen op zoek gaan naar gedeelde waarden en uitgangspunten. Dit zijn de vaardigheden die binnen jouw organisatie als de belangrijkste worden gezien. De kerngroep die je in fase twee hebt samengebracht, gaat dan eerst op zoek naar een aantal mogelijke lijstjes van belangrijke vaardigheden. Er zijn veel van deze lijstjes beschikbaar. Een deel ervan staat in de links onder de video. Daarna is het tijd om te kiezen. Je kunt een bestaande lijst selecteren of zelfs een combinatie van lijsten maken die het beste past bij jullie organisatie.

Nadat jullie hebben gezocht en geselecteerd, is het belangrijk om feedback te vragen aan de grotere gemeenschap die je hebt gecreëerd in fases 1 en 2. Misschien zijn er aanvullingen of welkome kritiek die jullie verder kunnen helpen. Deze fase draait, met andere woorden, om afstemming en overeenstemming.

Video

.

Links

Fase 4: Inventarisatie

In fase vier staat de inventarisatie centraal. Dit houdt in dat jullie onderzoeken welke vaardigheden momenteel al in welke vakken worden onderwezen en hoe dit gebeurt. Vaardigheden spelen immers waarschijnlijk al een rol in bijna alle vakken. Door gebruik te maken van dit al aanwezige werk is de kans groter dat jullie leerlijn succes zal hebben. Bovendien is de kans groter dat leerlingen zullen gebruiken en onthouden wat ze geleerd hebben.

Voor de inventarisatie zijn verschillende methoden te gebruiken, zoals lesbezoeken, groepsgesprekken, interviews en enquêtes. Er zijn ook specifieke inventarisatietools beschikbaar die je kunt benutten. De vraag is welke methode het beste is om deze inventarisatie te maken. Lesbezoek is wellicht te bewerkelijk en enquête te vrijblijvend. Bekijk de onderstaande video en links voor inspiratie.

Video

.

Links

Fase 5: Hiaten en overlap

In fase vijf gaan jullie de verschillen onderzoeken tussen wat er momenteel binnen de organisatie gebeurt (de praktijk uit fase vier) en wat er gewenst wordt (het ideaal uit fase drie). Dit vergelijkt, met andere woorden, de  bestaande situatie met het gewenste doel. Identificeer dus de hiaten en overlap. Wat ontbreekt er nog in de huidige praktijk? Waar worden vaardigheden dubbel of zelfs tegenstrijdig aangeboden? Door dit te analyseren, wordt hopelijk meer duidelijk waar verbeteringen nodig zijn en waar efficiëntie kan worden bereikt. Door de praktijk en het ideaal kritisch te vergelijken, kunnen jullie gerichtere verbeteringen aanbrengen en uiteindelijk een effectievere leerlijn ontwikkelen. Dit proces lijkt in feite nog het meeste op wat bedrijven meemaken na een fusie. In zulke gevallen is het immers ook zaak te zoeken naar synergie, gaten en overlap.

Video

.

Links:

Ontwerp van een nieuwe organisatie (BiZa)

Synergy Evaluation in Mergers and Acquisitions: An Attention-Based View

Fase 6: Gesprekken over overlap en tekorten

In fase 6 is het tijd om te bespreken wat jullie in fase 5 gevonden hebben. Als je overlap ziet, nodig je dus mensen uit om te bespreken of die overlap misschien tegenstrijdigheden oplevert en of die te voorkomen zijn. Het zou ideaal zijn als leerlingen vaardigheden uit het ene vak kunnen gebruiken bij het andere vak. Wanneer er gaten in het programma zitten, rijst de vraag wie deze gaten wil gaan opvullen. Bij welk vak past dit onderdeel het beste?

Meta-vaardigheden, zoals reflectie op prestaties, passen wellicht goed in de mentorles. Aan de andere kant zou het leren samenvatten wellicht beter bij vakken als geschiedenis onderwezen kunnen worden. Misschien kunnen vakken zelfs afspraken maken over wie welk onderdeel oppakt en wie daarmee doorgaat. Het belangrijkste uitgangspunt is dat vaardigheden vakoverstijgend zijn en dus liever geen nieuw eilandje gaan vormen binnen de organisatie. Het gaat er daarbij om dat we de brug slaan tussen verschillende vakgebieden en vaardigheden, zodat leerlingen optimaal kunnen profiteren van hun onderwijservaring.

Video

.

 

Links:

Vakoverstijgende vaardigheden van de Universiteit van Leiden.

Nieuwe categorisering vaardigheden in het curriculum (SLO)

Vakintegratie (wijleren.nl)

ACT (curriculum informatiesysteem)

Methodologies for process harmonization in the post-merger integration phase: A literature review

Fase 7: Gesprekken over meta vaardigheden

Metacognitieve vaardigheden gaan over het vermogen om je eigen denkproces te organiseren, sturen en controleren. Dit omvat het onderkennen van je vaardigheden, monitoren, reflecteren, evalueren en reguleren. Kortom, het gaat erom dat je je eigen gedrag en denken kunt bijsturen en problemen kunt oplossen.

Hoewel deze vaardigheden in elk vak worden aangeleerd, zijn mentoren, begeleiders, ouders of verzorgers als eersten aan de beurt om hierbij te helpen. De vraag is hoe mentoren het best beslagen ten ijs komen als het om meta-vaardigheden gaat. Denk hierbij aan concrete acties die verband houden met de vaardigheden die in de vaklessen behandeld worden. Overweeg misschien ook om, op basis van deze meta-vaardigheden, differentiatie op te nemen in je leerlijn. Hoe ga je om met verschillende leerbehoeften en niveaus van studenten?

Video

 

Links:

Wat zijn metacognitieve vaardigheden?

Over metacognitieve vaardigheden.

Fase 8: Ontwikkelen

In fase 8 van het proces is het tijd om lesmateriaal te ontwikkelen. Gelukkig hoef je niet helemaal opnieuw te beginnen. Er is namelijk al ontzettend veel materiaal beschikbaar dat bovendien vrijelijk gebruikt kan worden. OPeRA ondersteunt van harte het principe van open lesmateriaal. Dus als je ontwikkelt of voortbouwt, maak het dan alsjeblieft ook weer openbaar. Hieronder vind je links naar Wikiwijs en Impuls Open Lesmateriaal.

Hoewel de meeste docenten bedreven zijn in het ontwikkelen en aanpassen van lesmateriaal, is het belangrijk om te benadrukken dat dit tijd en taakuren kost. Er is geen snelle oplossing door simpelweg iets in te kopen en dat vervolgens uit te rollen in de mentorles. Elke organisatie is anders en vaklessen verschillen. Alleen een methode die echt past bij jullie specifieke organisatie en daarvoor gemaakt is, heeft uiteindelijk kans van slagen.

Tijdens het bouwen is het waarschijnlijk goed rekening te houden met de ontwikkeling van de leerling door de jaren heen. Wij adviseren hierbij de Matrix vaardigheden van het eerdergenoemde Raamwerk als uitgangspunt te nemen.

Video

Links

Fase 9: Implementatie

In fase 9 begint de uitvoering in de praktijk. Dat kan een uitdagend zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan verkapte weerstand of verlegging van prioriteiten binnen de organisatie. Hoewel het merendeel waarschijnlijk achter de plannen staat, zijn er altijd mensen die er geen brood in zien of andere zaken belangrijker vinden. Bovendien bestaat onderwijs meestal uit eilandjes, waardoor het moeilijk kan zijn de voortgang te volgen, of te zien wat er fout gaat.

Gelukkig zijn er manier waarop jullie de werkzaamheden en leerdoelen kunnen blijven volgen. Dit kan bijvoorbeeld door ze op te nemen in officiële lesmethodes, portfolio’s, PTA’s, PTO’s en vergelijkbare documenten. Een andere nuttige stap is het aanstellen van een coördinator binnen de organisatie, die de uitvoering blijvend in de gaten houdt. Daarbij kunnen ook trainingen en ondersteuning helpen bij het borgen van jullie ontwikkelingen.

Video

Links

Generieke-studievaardighedenset met implementatietips in H4

Over implementeren (carrieretijger)

Hoe implementeer je een nieuwe methodiek in je organisatie? (Trifier)

Fase 10: Evaluatie en borging

Uiteindelijk wordt in de laatste fase, de evaluatiefase, beoordeeld of het programma voldoet. De eventuele knelpunten of problemen worden op die manier gevonden en aangepakt. Door regelmatig te evalueren kun je tijdig bijsturen en zorgen dat de leerlijn op koers blijft. Denk liefst vooraf ook na over welke evaluatie-instrumenten je gaat gebruiken om de voortgang van te meten.

De organisatie zal het werk ook moeten gaan borgen. Denk hierbij aan ondersteuningsuren, maar ook aan het meenemen en opleiden van nieuwe medewerkers en het onderhouden van de nieuwe leerlijn.

Video

Links:

Historielijn (tjepkema verheijen en kabalt)

Impactonderzoek (Verdonschot en Stevens)

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief