Netwerkbijeenkomst 20 januari 2022: Leerling- en studentenwelzijn

Netwerkbijeenkomst 20 januari 2022: Leerling- en studentenwelzijn

Op donderdag 20 januari 2022 organiseerde OPeRA een online netwerkbijeenkomst met als thema ‘Leerling- en studentenwelzijn’. De gastsprekers waren Rutger Kappe (lector Studiesucces, Inholland) en Femke Kaulingfreks (lector Jeugd en Samenleving, Inholland).

Rutger Kappe ging in op studentenwelzijn in het hoger onderwijs. Uit eerder onderzoek blijkt dat pre-corona al meer dan de helft van de studenten emotionele problemen ervaarde tijdens de studententijd. Daarnaast blijkt dat studenten met veel psychische klachten vaak niet op de hoogte zijn van de hulpbronnen binnen de hogeschool.

In mei 2021 is Inholland gestart met de Studentenwelzijnsmonitor: vragenlijsten met vragen op het gebied van o.a. welzijn, betrokkenheid en studieprestaties. Hieruit blijkt dat in mei 2021 67% van de studenten een hoge mate van emotionele uitputting ervaarden. Daarentegen rapporteerde 42% van de studenten dat ze regelmatig tot altijd bruisen van de energie tijdens het studeren. Dit wordt de welzijnsparadox genoemd: ondanks dat studenten veel energie hebben, hebben ze ook veel emotionele klachten.

Als we kijken naar verschillen in vooropleidingen, dan blijkt dat studenten die van de havo komen de hoogste mate van welzijnsklachten hebben (in vergelijking met studenten die mbo of vwo als vooropleiding hebben). Qua welzijn gaat het met de eerstejaarsstudenten wel vrij goed ten opzichte van hogerejaarsstudenten; bij langstudeerders is de welzijnsproblematiek het grootst. Ook hebben eerstejaars minder studievertraging dan hogerejaars. Mogelijk gaat het met de eerstejaars beter door de activiteiten die Inholland voor eerstejaars organiseert, die gericht zijn op betrokkenheid, binding en thuis voelen.

In het studiesuccesmodel van Inholland staan in de buitenste ring behoeftes die voor alle studenten gelden: als je een welzijnsactiviteit/interventie organiseert, probeer dan in te spelen op deze behoeftes.

Femke Kaulingfreks ging in op veerkrachtontwikkeling bij jongeren. Door corona hebben jongeren te maken met een dubbele afstand: ze moeten letterlijk afstand houden (veel jongeren zitten geïsoleerd thuis) en er is meer afstand tussen sociale groepen (de kansengelijkheid is uitvergroot). Jongeren waarbij de veerkracht al een beetje onder druk stond, hebben het extra moeilijk in deze tijd.

In onderzoek naar veerkracht wordt er veel gewerkt met risicosignalering, maar daar hebben we te maken met een paradox: je wil dat jongeren weerbaar worden tegen de risico’s, maar door de risico’s te benadrukken, kunnen jongeren juist het gevoel krijgen dat er iets mis met ze is. Dit heeft te maken met identiteitsvorming, die in deze levensfase vorm krijgt in interactie met de sociale omgeving. Als jongeren in deze omgeving vooral te horen krijgen wat er niet goed gaat of zou kunnen gaan, dan kan dat een aspect van hun zelfbeeld worden. En een negatiever zelfbeeld heeft weer invloed op het welbevinden van de jongeren.

In het lectoraat van Femke kijken ze daarom niet alleen naar risico’s, maar juist ook naar hulpbronnen die het welzijn van jongeren kunnen ondersteunen. Dit noemen ze de sociaal-ecologische benadering van veerkracht: je richt je niet alleen op individuele eigenschappen of capaciteiten, maar ook op het beïnvloeden van de context van jongeren. Om veerkracht te ontwikkelen, zouden jongeren toegang moeten hebben tot deze twaalf hulpbronnen: 1) structuur en routine 2) verantwoordelijkheid en verantwoording 3) liefde van anderen 4) ondersteunende relaties 5) sterke identiteit 6) gevoel van controle 7) gevoel van verbondenheid en zingeving 8) rechtvaardige behandeling 9) basisvoorzieningen 10) positief denken 11) fysiek welzijn 12) financieel welzijn.

In onderzoek onder jongeren tussen de 16 en 27 jaar geven jongeren vaak aan dat mentorschap hen heeft geholpen om veerkracht te ontwikkelen: een rolmodel aan wie jongeren zich kunnen spiegelen en die ze kan helpen in hun identiteitsvorming. Het is hierbij belangrijk dat jongeren zelf de regie hebben, maar dat ze iemand hebben die naast ze staat waar ze op terug kunnen vallen. Projecten met buddy’s kunnen hierbij bijvoorbeeld goed helpen: een student die al contact heeft met een leerling op de vo-school en tijdens de studie contact onderhoudt.

Bekijk hier de presentaties van Rutger Kappe en Femke Kaulingfreks, inclusief de uitkomsten van de Mentimeters.

Bekijk hier de opname van de netwerkbijeenkomst:

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.