Taalonderwijs over de wereld in elk schoolvak

Taalonderwijs over de wereld in elk schoolvak

In taalonderwijs leggen wij vaak een accent op het overdragen van wat de taalnorm genoemd wordt: ‘zo hoort het in taal’. Het idee is dat leerlingen in ieder geval dit moeten leren om het als volwassene goed te doen: correct te schrijven, correct te begrijpen wat zij lezen, correct te spreken en goed te luisteren.

Maar taalonderzoekers onderscheiden naast de taalnorm ook taalwerkelijkheid (hoe wordt taal in uw omgeving gebruikt) en taalgevoel (wat ziet u zelf als correcte taal). Taalonderwijs wordt interessanter, en naar verwachting ook effectiever als u als docent niet alleen of uitsluitend die taalnorm overdraagt. Leerlingen kunnen dan namelijk de ervaring en kennis die zij van taal hebben (opgedaan in hun taalwerkelijkheid, ontwikkeld door hun taalgevoel) gebruiken in hun leerproces.

Dat bevordert het leerproces, maar verandert het leerproces ook als u nog wat dieper met leerlingen duikt in wat taal voor hen doet. Veel taalonderzoekers zeggen: 1) je kent de wereld omdat je taal kent (als je elke auto ‘auto’ leert noemen, ook al ziet niet elke auto er hetzelfde uit, leer je waarnemingen onder woorden te brengen en te ordenen). En ze zeggen: 2) elk woord is belangrijk: je kunt er dingen in de wereld mee benoemen, maar ook veranderen (als ik de buurman vraag om de auto weg te zetten, gebeurt dat hopelijk). En ze zeggen ook: 3) wat je zelf denkt en voelt, in jouw binnenwereld, kun je koppelen aan wat je weet over de buitenwereld (als ik een hekel heb aan de uitlaatgassen van een auto, kan ik dat door taal heel precies onder woorden brengen).

Van die kracht van taal kan elke vakdocent gebruik maken. De taalnorm is een belangrijke basis, maar niet het eindpunt. Bijvoorbeeld, een docent wiskunde zal aandacht besteden aan het aanleren van een definitie van parallelle lijnen. Belangrijk, want die definitie = de taalnorm in het vak Wiskunde. En die maakt dat er geen onduidelijkheden in het vak sluipen, en instructies begrepen en uitgevoerd kunnen worden.

Maar die definitie u eigen maken, is lastig voor leerlingen. Al was het maar omdat parallelle lijnen zoals die in de wiskunde in theorie gedefinieerd worden, in de wereld niet bestaan. Zij kennen dus geen volmaakt parallelle lijnen uit hun eigen waarneming. En wat het nog verwarrender maakt, is dat mensen het kunnen hebben over ‘parallellen tussen gebeurtenis x en gebeurtenis y’, en het dan helemaal niet over lijnen gaat, en ‘parallellen’ figuurlijk gebruikt worden.

In uw onderwijs taal bespreken als middel om dingen te benoemen en begrijpen, in uw vak maar ook in de binnen- en buitenwereld zoals die leerlingen die kennen, helpt het leerproces. Althans, dat denken Micha Hamel en ik. Wij maakten het schrijfonderwijsplatform SchrijfLab met daarop oefeningen die u ter inspiratie kunt gebruiken. Elke vakterm kunt u bijvoorbeeld aangrijpen voor een verkenning van wat dat woord in uw vak, in de wereld om ons heen en de binnenwereld van de leerling betekent. Zo’n verkenning kost tijd, maar beklijft allicht wel beter dan de definitie, of welke andere taalnorm die u sec overdraagt.

 

Els Stronks
hoogleraar vroegmoderne Nederlandse letterkunde, Universiteit Utrecht

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief