Hoe exact kiezen exacte kiezers? Een onderzoek naar studiekeuzeprofielen aan de VU.

Hoe exact kiezen exacte kiezers? Een onderzoek naar studiekeuzeprofielen aan de VU.

Theo Bakker from Opera Educatie on Vimeo.

De campagne ‘Kies Exact’ blijkt succesvol; de belangstelling voor Bètastudies en studies in de Gezondheidszorg groeit jaar op jaar. Om beter zicht te hebben op de keuzes van onze studenten, onderzocht de Vrije Universiteit de ontwikkeling van studiekeuzeprofielen. Welke ontwikkeling zien we? Wat betekenen die voor middelbare scholen en universiteiten?

Door Theo Bakker, teamleider VU Analytics

De belangrijkste ontwikkelingen zijn dat in 2017 bijna 2/3 van alle studenten een exact studiekeuzeprofiel kiest en bijna de helft twee profielen combineert. Dit kan erop duiden dat leerlingen hun opties voor een vervolgstudie zo open mogelijk willen houden. Een neveneffect is dat de gemiddelde verschillen tussen leerlingen afnemen; zowel in leeftijd bij het eindexamen als eindexamencijfers. Bij de studiekeuze aan de VU zien we dat weliswaar meer studenten een exacte studie kiezen, maar dat man/vrouw verhouding in opleidingen maar beperkt is veranderd. Met dezelfde profielkeuze kiezen meisjes veel vaker voor opleidingen in het gezondheidsdomein, terwijl jongens eerder kiezen voor overige exacte studies.

Wat onderzochten we?

Van de cohorten 2010 tot en met 2017 onderzochten we voor alle studenten aan de VU met een vwo-vooropleiding de ontwikkeling van studiekeuzeprofielen. Daarbij hebben we een aantal onderwerpen vergeleken: natuur-profielen (N-profielen: NT, NG, NT&NG¹) met maatschappij-profielen (M-profielen: EM, CM, EM&CM²), gecombineerde profielen (NT&NG, EM&CM) met enkelvoudige profielen (NT, NG, EM, CM), en de verschillen tussen vrouwen met mannen. We hebben gekeken naar de omvang van de keuze voor de profielen, hun cijfers en leeftijd bij het eindexamen, het aantal jaren tussen hun examen en de instroom bij de VU, en tot slot de keuze voor opleidingen aan de VU³.

Welke patronen zien we in de ontwikkeling van de studiekeuzeprofielen?

We vonden een aantal opmerkelijke ontwikkelingen:
Maatschappij versus natuur – In 7 jaar tijd (2010-2017) is de verhouding M-profielen versus N-profielen veranderd van 48%/52% naar 36%/64%.
Enkelvoudig/gecombineerd – In 7 jaar tijd (2010-2017) is de verhouding gecombineerde versus enkelvoudige profielen veranderd van 25%/75% naar 45%/55%.
Populariteit – Het combinatieprofiel NT&NG wordt het meest gekozen: van 19% in 2010 naar 35% in 2017. CM wordt het minst gekozen: van 11% in 2010 naar 6% in 2017. Dit verschil groeit.

We zien dus een flinke verschuiving: maar liefst 2/3 van de studenten kiest een natuurprofiel en bijna de helft van de studenten combineert een profiel. Het lijkt erop dat leerlingen steeds vaker de voorkeur geven aan een breed profiel, waarmee ze nog alle ruimte hebben om later in hun studieloopbaan alle kanten op te kunnen. Kan het zijn dat veel leerlingen toch vinden dat ze al te vroeg een keuze moeten maken en – met hun keuze voor een combinatieprofiel – eigenlijk hun keuze uitstellen?

Wat zijn verschillen tussen jongens en meisjes?

Het aandeel meisjes aan de VU is gegroeid van 52% in 2016 naar 55% in 2017. Zij kiezen iets vaker een natuurprofiel dan jongens. Interessant is om te zien dat naar verhouding jongens hierin een jaar later volgen. Meisjes kiezen steeds vaker voor een combinatieprofiel; dit zien we ook bij jongens, maar niet in die mate als bij meisjes. Het zou interessant zijn om onder scholieren te vragen wat hun beweegredenen zijn voor deze keuzes.

Welke ontwikkelingen zien we rond het eindexamen?

Eindexamencijfers – In 7 jaar tijd (2010-2017) is het gemiddelde van alle studenten vrijwel constant op een 6,7; dit valt te verwachten aangezien diplomaresultaten geijkt worden. Tussen de verschillende profielen of combinaties zien we een aantal marginale verschillen: studenten met maatschappijprofielen scoren gemiddeld net onder 6,7, terwijl studenten met een natuurprofiel gemiddeld net boven 6,7 scoren; samen een verschil van 0,1 punt. Studenten met enkelvoudige profielen scoren gemiddeld 0,1 onder 6,7, terwijl studenten met een gecombineerd profiel gemiddeld 0,1 boven een 6,7 scoren; samen 0,2 punt. Het lijkt erop dat er wat betreft studieprestaties op het vwo wel wat verschillen zijn en dat die vrij constant zijn, maar naar verhouding niet zo groot.

Leeftijd ten tijde van het eindexamen – Studenten met een maatschappijprofiel zijn in alle jaren een aantal maanden ouder dan studenten met een natuurprofiel. Een mogelijke verklaring is dat studenten die in 4-vwo doubleren met een N-profiel vaker het advies krijgen over te stappen naar een M-profiel. Dit trekt de gemiddelde leeftijd in die groep iets omhoog. Studenten met een enkelvoudig profiel zijn in 2017 gemiddeld 6 maanden ouder dan studenten met een gecombineerd profiel; dit verschil was in 2010 nog ruim 1 jaar. Waar voorheen alleen jonge leerlingen – die klassen oversloegen – een combinatieprofiel volgenden, is dat nu steeds minder het geval. De keuze voor een combinatieprofiel lijkt de nieuwe norm te worden. Weliswaar is het sinds 2010 ook eenvoudiger geworden om een combinatieprofiel te kiezen, maar opvallend is dat ook gedaan wordt en dat het een meerjarige trend is.

Zijn vrouwen meer exact gaan kiezen?

Ja, maar nauwelijks meer dan mannen… We onderzochten wat de verhouding is van deze profielen in de verschillen soorten opleidingen: Alfa, Bèta, Gamma en Gezondheidszorg. De man/vrouw verhouding binnen de groepen opleidingen lijkt niet veel te verschuiven, met uitzondering van Gezondheidszorg. Meisjes kiezen wel vaker exact op het vwo, maar gaan daarmee vaker de gezondheidszorg in, terwijl jongens nog steeds vaker kiezen voor exacte studies.

Verder valt op dat het aandeel N-profielen in Alfa en Gamma opleidingen iets lijkt toe te nemen; in Bèta en Gezondheid is de verdeling gelijk. Het aandeel gecombineerde profielen neemt sterk toe in Alfa en Gamma, terwijl deze in Bèta en Gezondheidszorg al sinds 2010 hoog was (50%).

Wat betekenen deze ontwikkelingen voor middelbare scholen en de VU?

De vraag die me het meest intrigeert is waarom studenten steeds vaker breed en exact kiezen. Is dit omdat het werkelijk hun interesse heeft of omdat ze nog breed willen kunnen kiezen? Wat draagt het beleid van middelbare scholen hier precies aan bij? Welke rol spelen ouders in deze keuzes?

Verder is het opvallend dat meisjes wel vaker exact kiezen op het vwo, maar vervolgens toch de voorkeur geven aan gezondheidsopleidingen. Hoe interesseren we meisjes er meer voor om een Bèta opleiding te kiezen, waarvoor ze overduidelijk de juiste papieren in huis hebben?

Het is duidelijk dat de ontwikkeling in studiekeuzeprofielen ook flinke gevolgen heeft voor de instroom in de VU. De kennisbasis van leerlingen is aan het veranderen door de verschuiving in profielkeuzes. Dit betekent dat we anders kunnen en moeten gaan kijken naar de betekenis van opleidingen voor leerlingen. Sluit de voorlichting hier nog wel bij aan? Kan je als student met een exact profiel ook kiezen voor een alfa- of gamma-opleiding? Welke vaardigheden kan je daar dan gebruiken of moet je nog bijleren? En wat zijn vervolgens de mogelijkheden in de rest van je studieloopbaan? Ik zeg – legio!

Dit blog is een samenvatting van een onderzoekspresentatie die is gehouden op de Opera conferentie op 11-10-2018.

Meer informatie: Theo Bakker, t.c.bakker@vu.nl

Theo Bakker is teamleider VU Analytics. Vanwege het thema van dit blog iets meer over zijn studiekeuzes: van origine is Theo opgeleid als Theoloog, na een vwo+-studie met 6 talen en geschiedenis. Later behaalde hij een Master Informatiekunde. Naast zijn baan promoveert hij op het Studiesucces van studenten met Autisme bij de vakgroep Klinische Ontwikkelingspsychologie van de Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen van de VU.

¹NT = Natuur & Techniek, NG = Natuur & Gezondheid

²EM = Economie & Maatschappij, CM = Cultuur & Maatschappij

³Een aantal opleidingen konden we niet meenemen: Natuurkunde, Scheikunde, Wiskunde, en Biomedische wetenschappen. Nota bene: De ontwikkelingen en verbanden die we hebben gevonden, zijn nog niet getoetst op significantie. Ook weten we niet of deze cijfers bij andere universiteiten vergelijkbaar zijn.

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.