Bijgestuurde selectie: effectief en divers, maar Inspectie ligt dwars

Bijgestuurde selectie: effectief en divers, maar Inspectie ligt dwars

In economenblad ESB bepleiten drie medewerkers van het Centraal Planbureau (CPB) het gebruik van bijgestuurde selectie. Die methode reserveert opleidingsplaatsen voor kandidaten uit een ondervertegenwoordigde groep, maar zorgt er wel voor dat alleen de beste kandidaten uit die groep worden toegelaten. Zo verenigt de methode de voordelen van loting (diversiteit) en decentrale selectie (effectiviteit), aldus de auteurs. Er is echter één probleem: de Inspectie acht bijgestuurde selectie onwettig.

“Sinds 2017 wordt loting helemaal niet meer gebruikt, en wordt er alleen nog een decentrale selectie toegepast”, schrijven drie CPB-medewerkers in economenblad ESB. Daarbij worden alle kandidaten voor een opleiding gerangschikt, meestal op basis van een inhoudelijke toets en een persoonlijkheidstoets. In de regel richten opleidingen zich vooral op ‘effectiviteit’: het selecteren van de kandidaten met de grootste kans op succesvol en tijdig afstuderen.

De diversiteit van studentpopulaties is onder decentrale selectieprocedures echter afgenomen. Daarom heeft de overheid het gebruik van loting weer mogelijk gemaakt. Loting leidt echter tot een lagere effectiviteit. “Diversiteit en effectiviteit staan hier dus als tegenpolen tegenover elkaar: positieve discriminatie kan niet effectief, en effectief selecteren kan niet divers”, aldus de auteurs.

Lees hier het gehele artikel.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief