Auctorale rede: ‘Leerkans gemist! Hoe dan?’

Auctorale rede: ‘Leerkans gemist! Hoe dan?’

Op donderdag 27 juni 2024 hield Mieke van Diepen, Auctor Kansrijk Onderwijs, haar Auctorale rede ‘Leerkans gemist! Hoe dan?’. Zij presenteerde de drie onderzoekslijnen voor de komende jaren: taal als (on)gelijkmaker, later selecteren en kansrijk doorstromen, en van leerladders naar leerloopbanen.
Het Auctoraat Kansrijk Onderwijs is een van de eerste auctoraten in Nederland en is een samenwerking tussen drie vo-schoolbesturen in Noord-Holland: Stichting Voortgezet Onderwijs Kennemerland (met scholen in Beverwijk, Heemskerk en Castricum), Jan Arentsz (met scholen in Alkmaar en Langedijk) en het Atlas College (met scholen in Hoorn, Edam en Medemblik).

In een auctoraat doen scholen in het voortgezet onderwijs onderzoek dat direct bijdraagt aan de praktijk van het onderwijs. Het voortgezet onderwijs (vo) is zelf eigenaar en onderwijskundig onderzoek wordt direct verbonden aan de dagelijkse praktijk van de school (zie www.auctoraat.nl). Een auctoraat in het voortgezet onderwijs is vergelijkbaar met een lectoraat in het hoger beroepsonderwijs (hbo, sinds 2001) en een practoraat in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo, sinds 2012).

Het Auctoraat Kansrijk Onderwijs wil dus niet alleen meer kennis en bewustwording creëren van hoe het voortgezet onderwijs leerkansen kan (blijven) bieden aan leerlingen met verschillende achtergronden, maar ook onderzoekend werken in het voortgezet onderwijs stimuleren. Een onderzoekscultuur moedigt aan om nieuwe ideeën te verkennen, besluiten te nemen op basis van (objectieve) informatie, samen te werken en kennis te delen. In een cultuur waar onderzoeksmatig wordt gewerkt, zijn professionals voortdurend bezig met kijken, ontdekken, delen en toepassen (Kallenberg, 2024).

Naast het stimuleren van onderzoekend werken willen we een bijdrage leveren aan kennis en bewustwording van kansrijk onderwijs, namelijk: taalbewust, doorstroombewust, en loopbaanbewust onderwijs.

Op de eerste plaats doen we onderzoek naar de rol van taal als (on)gelijkmaker. In hoeverre zijn lage of hoge verwachtingen van docenten van invloed op het taalaanbod en de taalruimte voor verschillende leerlingen? Wat is er nodig om alle leerlingen voldoende leerkansen te geven in mondelinge taal- en denkontwikkeling? In hoeverre worden leerlingen geholpen en uitgedaagd om complexe schriftelijke teksten te begrijpen en gebruiken? Wat is helpend en wat is belemmerend? Hoe gaan vo-docenten om met meertaligheid en wat zijn helpende en belemmerende factoren bij het bieden van leerkansen? In hoeverre werken taaldocenten en vakdocenten vanuit een gemeenschappelijk kader en aan dezelfde doelen, en wat hebben docenten en leerlingen hierin nodig?

Op de tweede plaats onderzoeken we de kansen en belemmeringen van latere selectie en kansrijk doorstromen in het voortgezet onderwijs. Hoe is de huidige situatie van de vo-scholen? Hoe vindt determinatie en doorstroom na het eerste jaar plaats? Hoe ervaren docenten, leerlingen en ouders het doorstroomrecht? Wat is er nodig om leerlingen succesvol kansen te geven in een ‘hoger’ niveau? Hoe verhouden succesvolle en minder succesvolle ervaringen zich tot elkaar? En hoe kan deze informatie bijdragen aan een cultuur met hoge verwachtingen?

Op de derde plaats onderzoeken we of het voortgezet onderwijs kan en wil bijdragen aan het denken in termen van leerloopbanen in plaats van leerladders. Omdat het onderzoek van het auctoraat in en door het voortgezet onderwijs zelf wordt uitgevoerd, kan er van binnenuit gekeken worden naar kansen en belemmeringen om een antwoord te bieden op de opwaartse druk in het onderwijssysteem. Kansrijk doorstromen betekent in onze maatschappij: doorstromen naar een zo hoog mogelijk niveau. En hoogopgeleid betekent theoretisch opgeleid. Hoe kunnen docenten in de dagelijkse praktijk leerlingen begeleiden bij het maken van positieve loopbaankeuzes, waarbij niet uitsluitend wordt gestreefd naar zo hoog of zo theoretisch mogelijk? Hoe kunnen docenten ervoor zorgen dat leerlingen herhaaldelijk te horen krijgen wat ze kunnen, welke kansen er zijn en hoe ze deze kansen kunnen benutten, ook leerlingen die van huis uit minder hebben geleerd kansen te benutten? En hoe kunnen we werken aan bewustwording bij docenten over hoe zij beroepsonderwijs al dan niet als positieve keuze ervaren en overbrengen?

Door in het voortgezet onderwijs kansen te benutten voor taalbewust, doorstroombewust en loopbaanbewust onderwijs, worden leerlingen voortdurend gewezen op hun talenten en mogelijkheden en leren zij kansen benutten voor een passende loopbaan.

Lees hier de publicatie bij de rede.

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.

Blijf op de hoogte door je te abonneren op onze nieuwsbrief